Social Return: Een kans of een last

Het Sociaal Akkoord staat op losse schroeven. In 2013 is bepaald dat er binnen 10 jaar 25.000 extra banen binnen de publieke sector moeten worden gecreëerd voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit moet onder andere gerealiseerd worden door Social Return, een opgelegde verplichting in de Europese Aanbesteding om bij het uitvoeren van de opdracht mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten. Echt effectief heeft het echter niet gewerkt, want in 2020 waren er nog minder dan 10.000 extra banen gerealiseerd. Dit betekent dat we nog maar 3 jaar te gaan hebben om maar liefst 15.000 extra banen te creëren. Kortom, het Sociaal Akkoord wordt waarschijnlijk niet gehaald.

Social Return (SR) is het opnemen van een voorwaarde in de aanbesteding ten behoeve van het creëren van extra werkplaatsen voor mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Het wordt opgenomen bij aanbestedingen bij de categorie Diensten en Werken boven de drempelwaarden. Vaak wordt er bij de opdracht 5% van de opdrachtwaarde of loonsom gevraagd aan de opdrachtgever om dat te besteden aan Social Return.

Uitdagingen in de uitvoering

Maar hoe komt het dat het Sociaal Akkoord niet gehaald wordt? Uit onderzoek binnen de Rijksoverheid blijkt dat vooral de onbekendheid en de juistheid van invulling een grote rol spelen in het niet of onvoldoende toepassen van Social Return bij aanbestedingen. Vaak wordt Social Return opgenomen in de aanbesteding als verplichting, maar wordt er vervolgens niet meer op gestuurd. Dit komt omdat het vaak als lastig wordt ervaren om er een succesvolle invulling aan te geven. Hier zijn verschillende redenen voor:

  • Social Return heeft nog niet de juiste prioriteit in het contract om goed te controleren of de verplichting wordt vervuld.
  • De doelgroep is strikt, (ex)-gedetineerden vallen bijvoorbeeld al niet in de Social Return doelgroep en worden uitgesloten van het beleid;
  • Het wordt de opdrachtnemers te moeilijk gemaakt. Volgens de Aanbestedingswet 2016 moet Social Return verplicht in de opdracht zitten. Eerder genomen eigen initiatieven van leveranciers worden daardoor uitgesloten;

Door de jaren heen zijn er meerdere initiatieven geweest om Social Return in het daglicht te zetten bij de Rijksoverheid. Zo is er initiatief gekomen van inkoopcategorieën die moeite hadden met de invulling van Social Return. Zij hebben het concept Maatwerk voor Mensen opgericht, waarbij de invulling en de doelgroep wordt uitgebreid in proeftuinen, om aan te kunnen tonen dat er meer mogelijk is dan de huidige 5% van de opdrachtwaarde/loonsom.

Meerdere wegen naar Rome

Ondanks deze initiatieven blijft Social Return binnen het Rijk nog haken. Ministeries en organisaties voeren allemaal een ander beleid en er is geen algemene regelgeving. Als je kijkt naar andere publieke organisaties, zoals gemeenten, zie je meer succes. Gemeenten lopen voorop als het gaat over manieren om Social Return in te zetten. Dit komt deels doordat ze de huidige methode anders inrichten. Ze maken gebruik van de bouwblokkenmethode en de PSO-ladder. De bouwblokkenmethode geeft inzichtelijk weer welke doelgroepen er tot hun beschikking zijn en wat de bijbehorende waarde van deze doelgroepen is. De PSO-ladder is een manier om bedrijven te enthousiasmeren om een goed Social Return beleid te voeren. Hoe hoger op de PSO-ladder, hoe groter je voordeel bij inschrijvingen op Europese Aanbestedingen.

Een ander initiatief binnen gemeenten is dat niet een contractmanager maar een Social Return coördinator verantwoordelijk is voor Social Return. Uit onderzoek blijkt dat de contractmanager te veel tijd kwijt is aan de belangrijkste thema’s van het contract: prijs en kwaliteit. Het voordeel van een Social Return coördinator is dat deze alleen bezig is met Social Return in het contract en geen andere verplichtingen heeft. Daarnaast werken de coördinatoren samen met werkgeversservicepunten (WSP) in Nederland. Deze WSP hebben een database met de doelgroep die tot hun beschikking staan om de SR-verplichting in te vullen. De opdrachtgever en leverancier kunnen op deze manier samen tot een Social Return invulling komen en hierin kan het WSP faciliteren. Dit leidt niet alleen tot een soepel proces, maar ook voor meer duidelijkheid. Er is een heldere opdracht in samenwerking gemaakt en beide partijen weten hoe ze het doel gaan bereiken. Iets wat je minder terugziet binnen het Rijk.

Kortom, Social Return is opgezet om effectief bij te dragen aan de sociale doelstellingen, maar door te weinig kennis en draagvlak loopt het inzetten van Social Return binnen de Rijksoverheid nog niet gestroomlijnd. Om dit te optimaliseren is het van belang dat er gekeken wordt naar Best Practices in de markt, zoals binnen de gemeenten. Zij werken met alternatieve oplossingen om de Social Return verplichting voor leveranciers minder gecompliceerd in te vullen, zoals het aanstellen van een SR-coördinator, het gebruik maken van de bouwblokkenmethode en/of de PSO-ladder en de samenwerking met de werkgeversservicepunten. Hierdoor is het draagvlak intern, maar ook bij de leverancier een stuk hoger en zijn beide partijen meer gemotiveerd om de verplichting succesvol te vervullen.

Auteur

Hoi! Mijn naam is Tessa Goudkade. Vanaf februari 2021 heb ik afgestudeerd bij In2Talent, inmiddels ben ik als inkoopconsultant in dienst bij In2Talent. Tijdens mijn afstuderen heb ik onderzoek gedaan naar hoe het mogelijk is dat Social Return nog niet succesvol wordt toegepast bij Europese Aanbestedingen. Ik heb dit onderzoek in eerste instantie gericht op de Rijksoverheid, omdat zij vaak een voorbeeld zijn op het gebied van maatschappelijke thema’s. Meer weten over mijn onderzoek? Neem contact op via tessa@in2talent.nl